De wet kent twee typen merken, het individuele merk en het collectieve merk.

Het individuele merk dient om de waren en diensten van één onderneming te onderscheiden. Als individuele merken worden beschouwd de benamingen, rekeningen, afdrukken, stempels, letters, cijfers, vormen van waren of van verpakkingen en alle andere voor grafische voorstelling vatbare tekens, die dienen om de waren van een onderneming te onderscheiden. Evenwel kunnen niet als merken worden beschouwd tekens die uitsluitend bestaan uit een vorm die door de aard van de waar wordt bepaald, die een wezenlijke waarde aan de waar geeft of die noodzakelijk is om een technische uitkomst te verkrijgen.

Het collectieve merk dient om een of meer eigenschappen van waren of diensten van verschillende ondernemingen te onderscheiden. Als collectieve merken worden beschouwd alle tekens, die aldus bij het depot worden aangeduid en die dienen om een of meer gemeenschappelijke kenmerken te onderscheiden van waren, afkomstig van verschillende ondernemingen, die het merk onder toezicht van de houder aanbrengen. Deze laatste mag geen gebruik maken van het merk voor waren die afkomstig zijn uit zijn eigen onderneming of uit ondernemingen, aan welker bestuur of toezicht hij onmiddellijk of middelijk deelneemt.